In de collages (vaak met oostindische inkt en penseel) en installaties maakte hij veelvuldig gebruik van krantenpapier, waarvan hij het vluchtige, aan de actualiteit gebonden bestaan wilde verlengen. De krant riep bij Oey vele vragen op (bijv. ‘Is het gewicht van het gedrukte nieuws meetbaar?’ en ‘Wat is houthoudender dan krantenletters?’), die hij beeldend tot uitdrukking bracht zonder een sluitend antwoord op de gestelde vraag te verwachten.
‘Als er al een orde der dingen bestaat, dan is deze van tijdelijke aard’, schreef Oey, die zij teksten graag liet ondertekenen door zijn alter ego ‘Hendrik Saboteur’.
Oey’s werk – lichtvoetig, speels en met een subtiel gevoel voor de verborgen esthetische kwaliteiten van het alledaagse – zou een duurzame bevestiging van deze uitspraak kunnen zijn.
Deze tekst is afkomstig uit de monografie over Oey Tjeng Sit door Paul Kempers (1990).